Mag ik mijn stiefkind straf geven?

cyclus van je stiefgezin
Wat je nog niet wist over de cyclus van je stiefgezin
december 13, 2018
Ben jij een stiefmoeder met onvervulde kinderwens?
januari 24, 2019

Mag ik mijn stiefkind straf geven?

Mag ik mijn stiefkind

straf geven?

Vrijwel iedere stiefouder komt ooit in de situatie dat een stiefkind iets doet wat niet mag of wat de stiefouder als zeer onwenselijk beschouwt. In eerste instantie kijken we dan vragend naar de biologische ouders: “Doen jullie hier a.u.b. even iets aan?” Maar als de biologische ouders (even) niet beschikbaar zijn of er niets mee doen, moeten we het zelf oplossen. Dan kan de behoefte ontstaan om te straffen. Mogen wij onze stiefkinderen eigenlijk wel straf geven?

Je bent niet de biologische ouder, maar je komt met je stiefkinderen wel in situaties terecht die om actie vragen. Met als gevolg een lastige spagaat waarin menig stiefouder zich afvraagt: wat kan en mag ik nou wel of niet zeggen of doen? Een van de vragen die in deze context weleens aan mij gesteld wordt is: mag ik mijn stiefkind straf geven? In deze blog vind je overdenkingen die je helpen om deze vraag voor jezelf te beantwoorden.

Eerst even iets over straffen

Straffen is het onthouden van positieve ervaringen (snoep, computer, zakgeld, vrijheid) of het laten ondergaan van negatieve ervaringen (klusjes doen, op de trap zitten). Fysieke straffen, zoals slaan, zijn in alle gevallen ontoelaatbaar en verboden in Nederland.

Waarom willen we straffen? Omdat we duidelijk willen maken dat we bepaald gedrag niet acceptabel vinden. Omdat we niet willen dat het nog een keer gebeurt. Omdat we willen dat de geldende regels/afspraken nageleefd worden. Omdat we het kind iets willen leren, zoals rekening houden met anderen, verantwoordelijkheid, zelfstandigheid, respect. Of gewoonweg omdat we geen andere manier kennen.

In onze maatschappij vinden we het logisch dat er straf volgt op het overtreden van een regel. We krijgen een boete als we te hard rijden. Kinderen moeten naar de gang als ze ‘lastig’ zijn. Kinderen krijgen geen toetje als hun bord niet leeg is. Pubers moeten hun telefoon inleveren als ze wiet gerookt hebben. Bijvoorbeeld.

Kun jij je herinneren dat je ooit zelf straf kreeg? Probeer het voorval levendig terug te halen in je herinnering. Hoe voelde jij je toen? Heeft het je geholpen om de volgende keer ander gedrag te laten zien? En zo ja, vanuit welke intentie? Om nog een keer straf te voorkomen, of omdat je zelf inzag dat je het niet handig had aangepakt? En hoe voelde jij je ten opzichte van degene die de straf uitgedeeld had? Meer of juist minder verbonden dan daarvoor?

Marshall Rosenberg, grondlegger van Verbindende Communicatie, zegt het volgende over straf: “Via straffen en belonen proberen we anderen te laten doen wat wij willen. Het is manipulatie. Straf roept verzet en weerstand op. Door de straf ervaart een kind machteloosheid, die vaak weer afgereageerd wordt op een ander, bijvoorbeeld een jonger kind of een huisdier. Angst voor straf vermindert zelfrespect en welwillendheid. Straf geven leert een kind dat het oké is om macht te gebruiken als je groter en sterker bent dan een ander. Het geven van straf verstoort de relatie tussen het kind en degene die de straf uitdeelt.”

Ingeborg Bosch, grondlegger van Past Reality Integration, schrijft over straf: “We leren kinderen met straf dus verkeerde lessen: dat machtsmisbruik oké is, dat vernedering van een zwakke oké is. Bovendien versterken we door de aandacht het ongewenste gedrag. Wat we vaak vergeten is dat iedere vorm van moeilijk of ongewenst gedrag een REDEN heeft. In plaats van te straffen kun je je afvragen wat er achter het gedrag zit.”

Nu je dit gelezen hebt, wat is nu jouw idee over straf geven? De vraag is of je überhaupt straf WILT geven. Mogelijk vraag je je nu af: maar hoe moet ik DAN omgaan met gedrag van mijn (stief)kinderen dat ik echt niet kan tolereren?

Hoe dan wel?

We zijn bang dat als we niet meer straffen, we veel te toegeeflijk worden. Dat we alles maar moeten toestaan wat kinderen doen, zelfs als dat niet strookt met onze waarden. Gelukkig is er naast straffen en nietsdoen nog een andere benadering, waarvan ik denk dat die heel helpend is, ook voor stiefouders. De benadering waar ik het over heb is een houding van gelijkwaardigheid, respect en empathie.

Zowel Rosenberg als Bosch geven duidelijk aan dat het in sommige situaties nodig is om sturend of corrigerend op te treden. Namelijk: in gevallen waarbij de gezondheid of veiligheid in het geding zijn, als er schade aan derden dreigt, of wanneer afspraken of afgesproken grenzen herhaaldelijk worden overtreden.

In alle andere gevallen, dus waarin communicatie mogelijk is en geen acuut gevaar dreigt, geloof ik dat een houding waaruit gelijkwaardigheid, respect en empathie spreekt het meest effectief is. Met andere woorden: een houding waaruit blijkt dat je overtuigd bent dat jouw behoeften even belangrijk zijn als de behoeften van je stiefkind.

Dus je stiefkind doet iets wat jij niet wilt. Hoe kun je daar zó mee omgaan, dat je hem/haar in zijn/haar waarde laat?

1. Je eigen gevoel en behoefte benoemen

Als een kind iets doet wat jij niet wilt, kun je dat vanuit jezelf zeggen. Het kind is niet fout. Jij hebt op dat moment een behoefte die niet ingevuld wordt door het gedrag van het kind. Bijvoorbeeld: “Ik maak me zorgen en ik wil graag dat de spullen heel blijven en dat iedereen zich veilig voelt.

2. Het gevoel van het kind erkennen

Als iets niet zo is gegaan als het kind had gewenst of als er ruzie is ontstaan, kijk dan of je samen met het kind kunt achterhalen hoe het zich voelt. Help het kind om het gevoel te benoemen. Bijvoorbeeld: “Ben je verdrietig/boos, omdat het anders is gegaan dan je wilde?

3. Belangstelling tonen voor de behoefte van het kind

Als een kind iets doet waar jij niet blij mee bent, kun je vragen van waaruit hij doet wat hij doet. Voorkom het stellen van een ‘waarom-vraag.’ Deze vraag kan een schuldgevoel of verdedigende reactie oproepen. Als je een oordeel hebt, hou dit dan voor je. Toon je nieuwsgierigheid naar de behoefte die ten grondslag ligt aan het gedrag van je stiefkind. Wellicht kunnen jullie samen een manier vinden om de behoefte in te vullen waar jij vrede mee kunt hebben. Bijvoorbeeld: “Zou je met mij willen delen wat je overweging was om dat te doen?”

4. Je verwachtingen bijstellen

Vraag je af hoe erg het is dat het gaat zoals het gaat. Leef je in in de behoeften van het kind. Wellicht is het voor nu oké om het te laten voor wat het is en kun je er vrede mee hebben? Bijvoorbeeld: “Ik baal ervan dat mijn puberstiefdochter meer op haar kamer zit dan beneden, maar ik realiseer me dat ze heel veel behoefte heeft aan rust en haar eigen ding doen. Ik laat het er even bij en accepteer dat het nu even zo is.”

5. Zelfempathie

Als je wilt voorkomen dat je jouw gevoelens naar je stiefkind uit op een manier waar je later misschien minder blij mee bent, kun je zelfonderzoek doen. Vraag jezelf af wat je nu voelt en welke behoefte van jou niet ingevuld wordt. Als je daar duidelijkheid over hebt, merk je meestal dat er meer ruimte ontstaat om over andere oplossingen na te denken.

Wil je meer ideeën over wat je kunt doen in plaats van straffen? Google dan eens op ‘alternatieven voor straffen en belonen.’ Of lees het boek Respectvolle ouders, respectvolle kinderen of deze column in de Volkskrant.

Terugkomend op de vraag: mag ik mijn stiefkind straf geven?

Zoals je proeft uit deze blog ben ik geen voorstander van straffen. Indien er toch gekozen wordt voor straf geven, lijkt mij dat de biologische ouders dit uitvoeren. Mocht jijzelf als stiefouder toch straf willen geven, vraag jezelf dan af vanuit welke behoefte je dit wilt doen en of je bereid bent de verantwoordelijkheid te nemen voor de effecten van het straffen. Ik raad je aan om vooraf met je partner te overleggen en afspraken te maken over regels en consequenties en wie die wanneer handhaaft.

Wil je meer handvatten en/of oefenen met alternatieven voor straffen? Meld je aan voor de workshop ‘Voel je senang in je stiefgezin’!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *