Continu opvoeddiscussies? Probeer dit eens!

Zit jij snel op de kast? Lees mijn persoonlijke verhaal over ontladen
februari 1, 2018
Ben jij boos op de ex? Zo deal je ermee.
februari 15, 2018

Continu opvoeddiscussies? Probeer dit eens!

Continu opvoeddiscussies?

Probeer dit eens!

Hoe vaak moeten de kinderen hun kamer opruimen? Wat is opgeruimd?
Hoe lang mogen de kinderen gamen?
Mogen de kinderen wel of geen appelmoes bij het avondeten?
Mogen de kinderen zelf snoep pakken, of moeten ze het eerst vragen?
Moeten de kinderen wel of niet helpen met de afwas?

Dit zijn zomaar wat dingen waar je flink over in discussie kunt raken met je partner. Op basis van wat mijn klanten mij vertellen, denk ik dat de top 3 van onderwerpen waarover het vaakst bonje is er zo uitziet: (1) klusjes in huis, (2) eten en drinken en (3) gebruik van schermpjes (smartphone/iPad/televisie/gamen).

Wat nu?

Voor je het weet is er iedere dag ruzie. Dezelfde standpunten worden telkens herhaald en ondertussen ontstaat er meer en meer verwijdering. Voor iedere ouder is dat moeilijk, maar leef je in een stiefgezin, dan zijn deze discussies nog lastiger. Omdat je niet (zoals de ouders in een kerngezin) allebei evenveel zeggenschap hebt.

De stiefouder vindt dat de biologische ouder meer mag optreden. Na verloop van tijd krijgt de stiefouder de indruk nauwelijks invloed te hebben op wat er in zijn/haar eigen huis gebeurt. De komst van de stiefkinderen wordt als steeds stressvoller ervaren.

De bio-ouder vindt juist dat de stiefouder wat meer mag loslaten. Hij/zij wil dat de kinderen zich thuis voelen als ze er zijn. De ouder ergert zich veel minder snel aan het gedrag van de kinderen en vindt dat zijn/haar partner zich teveel opwindt over alles.

Beide partijen vinden van zichzelf dat ze volledig in hun recht staan. En ondertussen zijn ze beide ongelukkig met hoe het gaat. Er ontstaat een patroon van beschuldigen en verdedigen of van aanvallen en terugtrekken. In het ergste geval haken beide partners af en gaan ze helemaal geen gesprek meer aan.

Hoe overbrug je die verschillen in opvattingen over opvoeding?

Pick your battles (kies je strijd)

  • Maak voor jezelf een lijst van alle onderwerpen waarover jullie bekvechten of die anders gaan dan jij zou willen.
  • Vraag je bij ieder item op je lijst af: is dit het waard om de strijd over aan te gaan?
  • Kies twee onderwerpen uit die voor jou het allerbelangrijkst zijn. Bijvoorbeeld omdat ze schade berokkenen, of omdat ze jou het leven erg zuur maken. Dit zijn de twee onderwerpen waarop je de kinderen direct aanspreekt en waarover je de strijd aangaat met je partner. Lees hieronder verder hoe je dat doet.
  • Kies vervolgens drie onderwerpen uit die je onacceptabel vindt, maar die niet direct aangepakt hoeven worden. Dit zijn de onderwerpen waarop je de kinderen niet direct aanspreekt, maar die je op een rustig moment bespreekt met je partner.
  • Alle overige items op de lijst laat je voor wat ze zijn. Je gaat daar geen energie meer in steken. Wat fijn, hier hoef je je niet meer druk om te maken!

Choose your words (kies je woorden)
Je hebt je strijdpunten gekozen en nu ga je deze bespreken met je partner. Om te voorkomen dat er weer discussie ontstaat, is het van belang dat je de juiste woorden kiest. Je wilt dat je woorden daadwerkelijk aankomen bij de ander, toch? Hierbij mijn 10 gouden tips:

  1. Vertel dat je iets wilt bespreken dat belangrijk voor je is en vraag wanneer de ander daar ruimte voor heeft. Zorg dat jullie beide rustig zijn en de tijd hebben om te praten, zonder gestoord te worden.
  2. Bespreek één onderwerp per gesprek.
  3. Spreek vanuit jezelf, in de ik-vorm. Voorkom dat je in oordelen en verwijten vervalt. Dus niet: “Weet je wat jij moet doen, je zou eens…..” Maar wel: “Ik voel frustratie over…”
  4. Vermijd de woorden ‘nooit’ en ‘altijd.’ Houd het bij dit moment en haal geen oude koeien uit de sloot. Dus niet: “Jij hebt nooit meer tijd voor mij.” Maar wel: “Ik zou nu graag iets plannen voor ons tweetjes.”
  5. Zeg wat je wél wilt, in plaats van wat je níet wilt. Vertel de ander wat zo belangrijk voor je is, waar jij zo naar verlangt. Dus niet: “Ik wil geen vuilnisbelt in de woonkamer.” Maar wel: “Ik verlang naar orde en netheid in de woonkamer.”
  6. Sta open voor wat er in je gesprekspartner omgaat. Vraag jezelf af wat er voor de ander van essentieel belang is. Leef je in zijn/haar gevoel en verlangens in. Dit is ontzettend moeilijk om te doen, zeker als je zelf al getriggerd bent. Zoals Stephen Covey zegt: “Eerst begrijpen… dan begrepen worden.”
  7. Merk je dat de energie van het gesprek omhoog gaat en dat jullie in discussie dreigen te belanden, las dan een pauze in. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: “Ik voel me nu onrustig en gespannen en ik zou graag even pauzeren. Is het voor jou oké om dit gesprek voor nu even stop te zetten en over een uurtje verder te gaan?”
  8. Neem een nieuwsgierig en creatieve houding aan. Zet je speurneus op. Zoek naar nieuwe manieren om het probleem op te lossen. Hak een probleem eens in stukjes. Als je het bijvoorbeeld oneens blijft over hoeveel de kinderen met hun smartphone bezig mogen zijn, maak dan aparte regels voor de woonkamer, de keuken en de slaapkamers. Of maak regels per dagdeel of per activiteit. Bijvoorbeeld: smartphones gaan uit tijdens het avondeten.
  9. Maak afspraken over het onderwerp en prik een datum om de afspraken te evalueren.
  10. Hecht het gesprek goed af. Bedank de ander voor het gesprek, geef een knuffel, gebruik humor, of doe iets anders dat jullie (weer) in verbinding brengt.

Hoe zou het voor jou zijn om zo’n gesprek aan te gaan?
Ben je bang dat het gesprek toch weer uitloopt op ruzie en verwijten? Vind je het een fijn idee dat iemand meehelpt met het voeren van zo’n gesprek? Of heb je gewoon geen idee hoe je zo’n gesprek moet beginnen? Ik begeleid jullie hier graag bij! Klik hier.

 

Ter inspiratie

In mijn boek ‘Mijn eerste is niet zijn eerste’ vind je een voorbeeld van zo’n gesprek over opvoedregels, met gebruikmaking van geweldloze communicatie. Cindy (41) woont samen met Jim (51) en zijn zoon Senno (18). Samen kregen ze zoontje Jayden (4). Senno heeft lange tijd bij zijn moeder gewoond, maar sinds kort woont hij bij Cindy en Jim. Jim is zo blij dat zijn zoon weer in zijn leven is, dat hij het moeilijk vindt om regels te stellen. Cindy wordt daar gek van en gaat hierover het gesprek aan met Jim. Hieronder vind je het gesprek, ter inspiratie.

Cindy: “Jim, ik wil een serieuze zorg met je delen. Ik zie dat Senno vandaag acht uur heeft zitten gamen en dat jij daar geen grenzen aan hebt gesteld (waarneming). Ik voel me gefrustreerd en boos (gevoel), omdat het voor mij belangrijk is dat jij en ik op een lijn zitten wat betreft afspraken (behoefte). Ben je bereid om een afspraak maken over het aantal uur dat Senno mag gamen? En wie hem daarop aanspreekt (verzoek)?”
Jim (boos en geïrriteerd): “Begin je daar nu alweer over? Ik wil geen confrontaties met Senno. Voor je het weet woont hij weer bij z’n moeder”.
Cindy (richt zich op de gevoelens en behoeften van Jim): “Voel je onmacht, omdat je graag wilt bijdragen aan Senno’s welzijn en dat niet kan als hij weer bij zijn moeder woont?
Jim: “Ik wil gewoon dat hij het hier naar zijn zin heeft. Al die jaren dat ik er niet voor hem was, kan ik niet meer inhalen.”
Cindy (gaat verder met proberen te achterhalen waar het Jim daadwerkelijk om gaat): “Als je terugkijkt, zou je dan willen dat je het anders had gedaan en voel je je daar verdrietig over?”
Jim: “Ja, ik voel me verdrietig en schuldig. Maar ik weet niet hoe ik het goed kan maken met Senno.”
Cindy (raadt verder totdat ze herkenning ziet bij Jim): “Voel je je onzeker, omdat je er nu zo graag voor Senno wilt zijn? En zou je graag handvatten willen hebben om dat goed te doen?”
Jim: “Dat klopt wel, ja. Ik zou graag een betere band met hem willen. En ik wil graag bevestiging dat ik nu wel een goede vader voor hem ben.”
Cindy (wil graag haar eigen emoties delen): “Wat je zegt doet ook iets met mij, wil je dat horen?”
Jim: “Ja…?”
Cindy: “Als ik je hoor zeggen dat je geen confrontaties met Senno wil (waarneming), dan voel ik onmacht (gevoel), omdat het voor mij belangrijk is dat ik weet waar ik aan toe ben in huis. En dat we als een team afspraken handhaven (behoefte). Hoe is dit voor jou om te horen (verzoek tot verbinding)?”
Jim: “Ik snap het wel, dit is ook jouw huis natuurlijk.”
Cindy: “Ok, zullen we dan nu samen de afspraken op papier zetten?”
Er is nu verbinding tot stand gebracht tussen Cindy en Jim. Beide zien wat er in de ander leeft. De weg naar een voor beiden passende oplossing is begaanbaarder geworden.

Veel succes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *