Hou jij van je stiefkinderen alsof het je eigen kinderen zijn?

Waarom oordelen fantastisch zijn
november 23, 2017
Waarom een lieve stiefouder niet altijd aardig is
december 7, 2017

Hou jij van je stiefkinderen alsof het je eigen kinderen zijn?

Houd je nog steeds niet evenveel van je stiefkind als van je eigen kind? Zelfs niet na tien jaar?

Deze vraag kreeg ik voorgeschoteld tijdens het radio interview op NOS Radio 1 Journaal op 6 september 2017 (9.00-9.30 uur). De presentator, Winfried Baijens, was hoogst verbaasd. Zelfs nu mijn stiefzoon al tien jaar in mijn leven is, voelt hij nog steeds niet als mijn eigen zoon. Voor mensen die zelf geen stiefouder zijn, is het soms niet te begrijpen. Ik zeg altijd: Je weet pas hoe het is om stiefouder te zijn, als je stiefouder bent.

Hoe leg je aan niet-stiefouders uit wat het verschil in gevoel is tussen je eigen kinderen en je stiefkinderen?

Tooske Ragas, tijdens een interview op NPO radio 1: “Toen ik zelf moeder werd, schrok ik eigenlijk wel. Van tevoren had ik me helemaal niet gerealiseerd dat je verschil in liefde kan voelen tussen het ene kind en het andere kind. Dat is een ander stuk van mijn hart ofzo. Net zoals zijn liefde voor zijn biologische vader en moeder anders is dan de liefde die hij voor mij voelt.

Het is dat biologische ding. Dat wist ik dus ook niet, totdat ik mijn kind had gebaard. Pas op dat moment ontdekte ik dat er verschil was. En ik wilde niet dat er verschil was! Ik vind Sem hartstikke lief, maar ik moest leren omgaan met het feit dat de liefde uit een ander laatje komt. 

Bij mijn eigen kind voel ik meer onvoorwaardelijkheid. Ook al is mijn eigen kind onuitstaanbaar en wil ik het nu even niet zien, dan zegt mijn onderbuik: komt wel goed, daar komen we later wel uit. Als je dat biologische lijntje niet hebt, ook al voedt je een kind van heel jongs af aan al op, dan komt er iets in je hoofd bij. Voordat ik naar Sem reageer vraag ik me af: zou ik dit bij mijn meisjes ook doen, is dit eerlijk of niet, wat gaat mijn man hiervan zeggen? Er komen gedachtes in me op die ik bij mijn dochters niet heb. Met mijn stiefkind ga ik bewuster om dan met mijn eigen kinderen. Of verstandelijker misschien.”

Tooske verwoordt prachtig en respectvol hoe zij het verschil ervaart. Een stiefmoeder legde het ooit aan me uit met een simpel voorbeeld: “Als mijn eigen kind valt, dan voel ik zijn pijn ook in mijn eigen lijf. Als mijn stiefkind valt, dan vind ik dat wel zielig, maar vraag ik me gelijk af hoe ik dat aan zijn ouders ga uitleggen.”

Het is een taboe om het te zeggen

Nagenoeg alle stiefouders die ik ken (dat zijn er nogal wat), vertellen dat ze voor hun stiefkinderen een ander gevoel hebben dan voor hun eigen kinderen. Nog steeds is het een taboe om dit uit te spreken. Zoals Winfried Baijens zei tijdens het interview: “Daar ga je op een verjaardagsfeestje niet zomaar over vertellen.” Het is een pijnlijke kwestie. De meeste stiefouders schamen zich ervoor en vragen zich af wat ze verkeerd doen. Stiefmoeder A: “Mijn baby floepte eruit en ik hield meteen intens van hem. Terwijl ik hem nog niet eens kende. Mijn stiefdochter was al een tijdje in mijn leven en ik houd wel van haar, maar anders. Ik vond het verwarrend. Ik vroeg me af wat ik kon doen om evenveel van mijn stiefdochter te houden als van mijn eigen zoon. Toen dat niet lukte voelde ik me schuldig. Ik durfde het niet aan anderen te vertellen.”

Als ze toch de moed hebben om het te delen, krijgen ze meer dan eens te horen: “Het is een keuze. Je kiest voor je partner met zijn kinderen, dus kies je ervoor om onvoorwaardelijk van ze te houden.” Ik snap wel waarom mensen dit zeggen. We hebben allemaal de behoefte aan gelijkheid en gelijke behandeling. Dus als je zegt dat jegevoel anders is, gaan mensen er automatisch vanuit dat ook jegedrag anders is. Dat je bijvoorbeeld je eigen kinderen voortrekt. Daarom vertellen we tijdens de workshop ‘Voel je senang in je stiefgezin’ hoe je onderscheid maakt tussen gevoelens, behoeften en strategieën om je behoeften in te vullen.

Waardoor komt dat verschil in ‘houden van’ eigenlijk?

In mijn boek schrijf ik hierover het volgende. Een verschil in liefde voor je eigen kinderen en die voor je stiefkinderen is biologisch te verklaren. Met je eigen kind deel je een bloedband. Je herkent kenmerken van jezelf in je kind. Dit kind droeg je in je eigen buik, jullie band is al gegroeid voor de geboorte. Een bloedband zorgt ervoor dat je altijd loyaal bent aan elkaar. Wat je kind ook doet, je houdt van hem. Met je stiefkinderen heb je zo’n bloedband niet. In de meeste gevallen heb je hun eerste paar levensjaren niet meegemaakt. En zij hebben al een moeder die altijd op de eerste plek komt. Daarnaast spelen er andere factoren mee, waardoor je misschien minder connectie hebt met je stiefkinderen. Je ziet ze niet zo vaak. Ze worden opgevoed op een manier die jou niet aanstaat. Er spelen conflicten of loyaliteitsproblemen. De band met je stiefkind is een verworven band, een stiefband. Die heeft veel meer onderhoud nodig en gaat makkelijker stuk.

In mijn beleving is houden van geen keuze, maar iets dat kan groeien. Soms groeit het, en soms niet. Mijn verlangen is om de druk eraf te halen. Het is oké als je minder warme gevoelens voor je stiefkinderen koestert dan je zou willen. Accepteer dat het zo is, zet je schuldgevoel overboord, erken het voor jezelf. Hoe je gevoel ook is over je stiefkinderen, blijf respectvol. Blijf altijd streven naar de meest liefdevolle band als mogelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *