ZO nodig je je stiefkind uit tot coöperatief gedrag

ZO stop je die frustrerende ruzies die nergens toe leiden
april 19, 2018
Stiefkinderen die hun kamer niet opruimen… Een stappenplan.
mei 17, 2018

ZO nodig je je stiefkind uit tot coöperatief gedrag

ZO nodig je je stiefkind uit tot coöperatief gedrag

In een kerngezin groeien ouders gaandeweg in de rol van opvoeder. Naarmate de kinderen ouder worden, lopen ze tegen kwesties aan. Zo doen ze steeds meer ervaring op. Biologische ouders vinden opvoeden vaak best lastig. Kun je nagaan hoe ingewikkeld het is voor een stiefouder.

Als kersverse stiefouder zonder eigen kinderen word je volledig in het diepe gegooid en krijg je weinig tijd om in je rol als opvoeder/verzorger te groeien. Voordat je stiefkinderen überhaupt iets van je aannemen, moet je eerst hun respect verdienen. Mogelijk wordt je ook nog eens toegefluisterd (of toegeschreeuwd…) dat je niet mag opvoeden als stiefouder.

Wat doe je als je stiefkinderen iets doen wat je vervelend vindt of in situaties waarbij je zou willen dat het anders gaat? Een van de oplossingen is dit: nodig je stiefkinderen uit tot coöperatief gedrag. In deze blog lees je hoe je dat doet.

Wat is coöperatief gedrag?

Coöperatief gedrag is samenwerken met het kind, om een zo prettig mogelijke leefomgeving te creëren voor iedereen. Zonder daarbij gebruik te maken van manieren om de eigenwaarde van het kind aan te tasten of in te spelen op negatieve gevoelens. De term komt uit het boek How2Talk2Kids. Dit boek is een aanrader voor iedere opvoeder, maar voor stiefouders is het helemaal goud waard. Onderstaande voorbeelden komen uit het boek.

Samenwerken is dus iets anders dan manipuleren. Als we willen dat de ander iets doet, grijpen we algauw naar manipulatieve manieren, zoals:

  • Verwijten en beschuldigen. Bijvoorbeeld: “Kun je nou nooit eens normaal doen? Hoe vaak moet ik je nog vertellen dat je de deurknop moet gebruiken? Je luistert gewoon nooit.”
  • Een etiket plakken. Bijvoorbeeld: “Je kamer ziet eruit als een zwijnenstal, wat ben je toch een ontzettende viespeuk!”
  • Dreigen. Bijvoorbeeld: “Ik tel tot drie, en als je dan nog niet klaar bent, dan ga ik zonder je weg!”
  • Commanderen. “Ik wil dat je je kamer opruimt, NU!”
  • Preken en moraliseren. “Dat is mijn boek, dat kun je niet zomaar pakken. Ik kan wel merken dat je geen idee hebt hoe belangrijk goede manieren zijn. Als we willen dat mensen beleefd tegen ons zijn, dan moeten wij dat ook tegen hen zijn, dat moet je goed begrijpen. Jij zou toch ook niet willen dat iemand zomaar iets van je pakt? Dan moet jij dat dus ook niet doen.”
  • Slachtoffergedrag. “Ik word hier zooo moe van.”
  • Waarschuwen. “Voorzichtig, straks kom je nog onder een auto!”
  • Vergelijken. “Waarom lijk je niet wat meer op je broer? Die heeft zijn huiswerk wel altijd op tijd af.”
  • Sarcasme/cynisme. “Je weet dat je morgen een boekbespreking hebt en je laat je boek op school liggen. Nou, dat is slim zeg!”
  • Profeet. “Als jij zo doorgaat, wil niemand met je spelen.”

En hoewel een stiefouder het bovenstaande misschien niet hardop durft te zeggen, ook uit je non-verbale houding kunnen kinderen opmaken hoe jij over ze denkt.

Ik ontmoet veel stiefouders die hun mond dicht houden, uit angst om de band met hun stiefkinderen te schaden. Na verloop van tijd voelen ze veel onmacht en frustratie. Soms ontwikkelen ze weerstand tegen de aanwezigheid van hun stiefkinderen, wat uiteraard niet bevorderlijk is voor de band met hen. Belangrijk dus om iets te zeggen, waarbij je jezelf serieus neemt en het kind in zijn waarde laat. Hoe dan?

7 vaardigheden die uitnodigen tot coöperatief gedrag

In het boek How2Talk2Kids worden de volgende zeven vaardigheden aangereikt om kinderen uit te nodigen tot coöperatief gedrag.

  1. Beschrijf wat je ziet of beschrijf het probleem. Het is makkelijker om je te concentreren op het probleem als iemand het gewoon beschrijft. Bijvoorbeeld: “Er ligt een jas in de woonkamer.” Je geeft het kind de kans om zichzelf te vertellen wat het moet doen (jas ophangen).
  2. Geef informatie. Het is veel makkelijker met informatie om te gaan dan met een beschuldiging. Bijvoorbeeld: “Jassen horen aan de kapstok en niet op de grond in de woonkamer.”
  3. Geef een keuze. Door kinderen een keuze te geven over hoe iets moet gebeuren, vermindert dat vaak het verzet. Bijvoorbeeld: “Hang je nu je jas aan de kapstok, of zometeen als je naar boven loopt?”
  4. Zeg het met één woord. Hoe korter de boodschap, hoe beter. Kinderen hebben een hekel aan lange preken. Bijvoorbeeld: “Je jas!”
  5. Omschrijf wat jij voelt. Kinderen willen over het algemeen graag helpen. Als jij laat zien hoe je je voelt, zonder het kind persoonlijk aan te vallen, werken ze vaak graag mee. Bijvoorbeeld: “Ik vind het gevaarlijk en rommelig als er een jas op de grond ligt.”
  6. Schrijf! Een briefje kan soms veel effectiever zijn dan een lang betoog. Leg bijvoorbeeld een briefje op de jas: “Ik wil naar mijn kapstok, want daar hoor ik thuis.”
  7. Gebruik humor. Humor of iets onverwachts doen helpt om weerstand te verminderen bij kinderen. Bijvoorbeeld: “Hee, die jas daar kan ik prima als poetsdoek gebruiken.”

Niet iedere vaardigheid zal bij jou passen of zal aanslaan bij je stiefkinderen. Probeer het eens uit. Bij mijn stiefzoon werkt nummer 4 erg goed: zeg het met één woord. Voor mijzelf is deze vaardigheid ook erg fijn, want ik hoef minder woorden te gebruiken om toch te zeggen wat ik wil.

Belangrijk bij het toepassen van deze vaardigheden is het uitgangspunt dat het kind oké is en dat jij oké bent. Er is alleen iets aan zijn/haar gedrag dat jij niet prettig vindt en daar attendeer je hem/haar even op. Een houding waar kinderen niet goed op reageren is: “Je bent irritant en je kunt niks. Je doet altijd wel iets verkeerd en wat er daarnet gebeurde bewijst dat nog maar eens.” Merk je dat je toch vaak deze negatieve gedachten over je stiefkind hebt? Leer jezelf dan aan om telkens tegen jezelf te zeggen: hij/zij is oké en ik ben oké. Op die manier beïnvloed je je eigen gedachten, je herprogrammeert jezelf als het ware. Je zult merken dat daardoor ook je gevoel positiever wordt.

Veel plezier met uitproberen van de vaardigheden. Laat je mij weten hoe het ging? Dat zou ik leuk vinden. Succes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *